Dubbelbijzondere leerlingen: wat wordt daarmee bedoeld?
"Dubbelbijzondere (2e) leerlingen combineren een hoge cognitieve begaafdheid met een leer-, ontwikkelings- of gedragsprobleem (zoals autisme, ADHD, dyslexie). Deze leerlingen compenseren vaak lang, waardoor hun talenten hun problemen maskeren of omgekeerd. Dit leidt tot frustratie, asynchrone ontwikkeling en een grote behoefte aan maatwerk in het onderwijs."
Dit is de definitie die vaak gebruik wordt.
In de praktijk zien we vaak dat deze groep leerlingen het moeilijk heeft in het onderwijs. Er is behoefte aan maatwerk, maar hoe organiseer je dat?
- Wat je bijvoorbeeld veel ziet is dat extra uitdagend materiaal, passend bij de cognitieve begaafdheid, onvoldoende structuur en duidelijkheid biedt waardoor het niet passend is voor de leerling. Er zijn teveel open opdrachten waarbij je zelf mag bedenken hoe je het aan gaat pakken. Juist dat past weer niet.
- Wat je ook kan zien, is grote verschillen tussen wat een leerling in de klas toont en de resultaten op de toetsen. ‘Ze kan het wel maar het komt er niet uit’ is een veelgehoorde opmerking.
- Er regelmatig vragen over het contact met leeftijdsgenoten. Hoe ondersteun je leerlingen hierbij? Dan is het heel belangrijk om je bewust te zijn van de bril waarmee je kijkt: kijk je bijvoorbeeld vanuit hoogbegaafdheid of vanuit autisme?
Bij het Autisme Steunpunt hebben twee collega's zich gespecialiseerd in de ondersteuning van dubbelbijzondere leerlingen. Zij denken graag mee met de school over het praktisch organiseren van maatwerk voor een leerling.