Wat werkt voor een leerling met autisme, werkt vaak ook voor andere leerlingen

In het onderwijs zien we regelmatig dat aanpassingen die worden ingezet voor een leerling met autisme, uiteindelijk voor veel meer leerlingen helpend blijken te zijn. Deze praktijkcasus laat dat mooi zien. Tegelijkertijd onderstreept het een belangrijke boodschap: gedrag dat lijkt op niet willen, is vaak een signaal van niet kunnen. Vaardigheden die ontbreken moeten expliciet worden aangeleerd.

De situatie

Bij een leerling in groep 5 worden opvallendheden gezien in zijn taakaanpak. Hij werkt slordig, maakt fouten maar controleert zijn werk niet. Vanuit de begeleiding op school werd ingezet op werkhouding en zelfsturing. Ondanks deze ondersteuning bleef het gewenste effect uit en zette de leerling geen stappen in het controleren van zijn werk. Er ontstond het beeld dat hij zichzelf overschatte en het nut van controleren niet inzag. Maar klopt die aanname wel?

Van aanname naar analyse

Een cruciale vraag is: weet een leerling eigenlijk wel hoe hij moet controleren? 
Is het doel duidelijk uitgelegd én heeft hij dat daadwerkelijk begrepen? Controleren is namelijk geen algemene vaardigheid, maar verschilt per vak. Bij spelling vraagt het iets anders dan bij rekenen of begrijpend lezen. Dat betekent dat een leerling per vak een andere strategie nodig heeft.

Voor deze leerling met autisme gaat het controleren van werk niet vanzelf. Niet uit onwil, maar omdat de vaardigheid onvoldoende is ontwikkeld.  

De aanpak 

De school kreeg het advies om de stappen van de taakaanpak en controlevaardigheden expliciet aan te leren door middel van duidelijke stappenplannen per vak. De insteek:

  • Starten met één vak (spelling)
  • De stappen heel concreet maken en visualiseren in een schema.
  • De werkwijze eerst oefenen in de begeleiding.
  • Vervolgens toepassen in de klas.
  • Wekelijks evalueren.

Om de voortgang inzichtelijk te maken werd geadviseerd om in de begeleiding in het stappenplan groen te markeren wat goed gaat en oranje wat een aandachtspunt blijft voor de volgende week. Zodra een vak voldoende werd beheerst, kon een volgend vak worden toegevoegd.

Deze aanpak vraagt in het begin een grotere tijdsinvestering van zowel leerling als leerkracht. De verwachting is echter dat dit op de langere termijn juist tijd oplevert, omdat de leerling zelfstandiger wordt.

Het resultaat

De intern begeleider en de leerkracht zijn actief aan de slag gegaan en hebben werkkaarten ontwikkeld voor spelling, rekenen en taal. Begrijpend lezen is momenteel in ontwikkeling. Al snel werd duidelijk dat niet alleen deze ene leerling baat had bij de werkkaarten, maar ook zijn klasgenoten.

Daarom worden de werkkaarten klassikaal ingezet. Wat begon als een individuele ondersteuningsvraag, groeit uit tot een aanpak waar de hele groep van profiteert.

De opbrengst

Deze casus laat zien hoe belangrijk het is om niet te snel conclusies te trekken over motivatie of houding. Wanneer een leerling iets niet laat zien, is de vraag niet alleen wil hij het wel? Maar vooral: kan hij het al?

Door vaardigheden expliciet aan te leren en te structureren, versterken we de executieve functies van leerlingen. Én wat goed werkt voor een leerling met autisme, blijkt vaak een waardevolle toevoeging voor het hele onderwijsaanbod.