Herkenning
Gedragskenmerken
Welk gedrag kan een leerling vertonen? En wanneer moet er verder onderzoek gedaan worden?
Bron: Leerlingen met autisme in de klas (een praktische gids voor leerkrachten en intern begeleiders.)
Publicatie: Landelijk Netwerk Autisme.
Signalen van een stoornis in het autismespectrum
Hierna staat een overzicht van signalen die op een stoornis in het autismespectrum kunnen duiden (naar: L. de Wilde)
Hieronder vindt u de gehele signaleringslijst. De bijbehorende 'sleutel' vindt u in de rechterkolom.
Sociale interactie
- Weinig tot geen oogcontact
- Deelt weinig tot geen belangstelling, plezier of interesse met een ander
- Zoekt contact om in eigen behoeftes te voorzien
- Meer gericht op volwassenen dan op leeftijdsgenootjes
- Vlakke gelaatsuitdrukking
- Toont emoties niet adequaat
- Heeft moeite met samenspel
- Toont claimend gedrag
- Stelt veel stereotiepe vragen
- Heeft moeite te anticiperen op reacties van anderen
- Kan zich moeilijk inleven in een ander
- Stelt zich niet weerbaar op of verweert zich ongepast
Communicatie
- Vlakke intonatie; monotoon
- Maakt weinig tot geen gebruik van ondersteunende gebaren, mimiek en lichaamshouding
- Letterlijk nemen van taal
- Begrijpt geen grapjes
- Sprake van echolalie
- Moeite met woorden die verschillende betekenissen hebben
- Geen of weinig gebruik van de ik-vorm
- Ouwelijk taalgebruik
- Vertelt onsamenhangend, maakt veel associaties
- Vertelt niet of nauwelijks spontaan
- Moeite met begrip van (voor)gelezen verhalen
- Moeite met betekenisverlening van de gehele context, blijft hangen in details
Rigide repetitief gedragspatroon
- Weerstand tegen veranderingen
- Angst en paniek in bepaalde situaties, schijnbaar onlogische angsten
- Houdt zich vast aan bepaalde regels
- Steeds dezelfde vragen stellen
- Overdreven netjes en ordelijk
- Obsessieve belangstelling voor specifieke zaken (treinen, landkaarten, molens, etc.)
- Geen gevarieerd spontaan fantasiespel (‘doen-alsof’ spel)
- Vaak stereotiep en niet functioneel met spelmateriaal omgaan
- Herhalende bewegingspatronen (friemelen met vingers, fladderen)
- Loopt op tenen, houterige motoriek
- Gefascineerd door lichtjes en mechanisch (technisch) materiaal
- Betasten, tikken, ruiken, likken aan voorwerpen